Crinoiden (Zeelelies) (1)

Zeelelies (Crinoidea) zijn een klasse van stekelhuidigen die in zee leven. Ondanks hun naam zijn het geen lelies, die tot de planten behoren, maar dieren. Er zijn twee groepen: de sessiele gesteelde zeelelies, die hun hele leven op een steel leven, en de mobiele ongesteelde zeelelies of haarsterren. Deze laatsten hebben aan het begin van hun leven, na het larvale stadium, ook een fase waarin ze op een steel leven, maar in een volgend stadium verlaten ze die, waarna ze zich kunnen verplaatsen.


Artist impressie van uitgestorven Crinoiden. Foto van NobuTamura

Onder gunstige omstandigheden kunnen zeelelies in hoge dichtheden voorkomen, waarbij ze grote delen van de zeebodem bedekken en zo het onderwaterlandschap bepalen. Zeelelies komen voor van de ondiepe wateren van koraalriffen tot veel grotere diepte, en zijn gevonden tot 6 kilometer diep. Ze leven van organische deeltjes die in het water zweven. Ze vangen die met de geveerde armen en brengen ze vervolgens naar de mond.

Fossiel voorkomen
Tot de tweede helft van de negentiende eeuw werden zeelelies nog beschouwd als een uitgestorven groep. De fossielen van zeelelies waren al lange tijd bekend omdat ze in grote hoeveelheden worden aangetroffen in rotsformaties. Er was echter nog nooit een levend exemplaar gezien, tot in 1864 uit de Vestfjord bij de Lofoten plots een levende zeelelie werd opgevist door Georg Ossian Sars. Het bericht hierover zette de Challenger-expeditie (1873-76) aan om gericht naar levende zeelelies uit de diepte te gaan dreggen, en met succes. Later werden ze in de Atlantische Oceaan ook aangetroffen bij reparatiewerkzaamheden aan onderzeese kabels die op grote diepten liggen.

 

Zeelelies komen al bijna 500 miljoen jaar voor en worden wel beschouwd als levend fossiel. De eerste zeelelies zijn bekend uit het Ordovicium, en waren bewoners van ondiepe zeeën. De zeelelies kwamen tot bloei in het Siluur, ongeveer 350 tot 400 miljoen jaar geleden.[1] Het talrijkst waren ze in het Carboon. Er zijn in totaal zo'n 5000 uitgestorven soorten benoemd. Het aantal recente (nog levende) soorten bedraagt ongeveer 600.[2]

Zeelelies leefden al in tijden dat er nog geen gespecialiseerde roofdieren waren. De dieren hebben een kalkskelet en leven op de zeebodem. Als ze doodgaan blijven ze daar liggen en hopen zich op. Zo hebben zich gedurende verschillende geologische tijdperken op verschillende plekken enorme aantallen afgezet. Ze kunnen wereldwijd worden aangetroffen in rotsformaties.[3] Vooral de gefossiliseerde steelschijfjes zijn op veel plaatsen teruggevonden. Een bekende vindplaats van gefossiliseerde zeelelies is Holzmaden in Duitsland, waar een ruim 40 meter dikke formatie posidoniaschalie uit het Jura goed geconserveerde fossielen van zeelelies bevat. Sommige kalksteenformaties, zoals de blauwe hardsteen (arduin) uit België, bestaan voornamelijk uit de resten van zeelelies. Er zijn fossiele soorten bekend die tientallen meters lang werden.

Losse steelschijfjes worden als zwerfsteen aangetroffen in de Pleistocene keilemen van Nederland en Duitsland.[4] De schijfjes worden ook ingebed gevonden in kalkstenen samen met andere fossielen zoals mosdierkolonies, koralen, ammonieten, brachiopoden, etc. die eveneens als zwerfsteen in keileem aanwezig kunnen zijn. Ze zijn door het gletsjerijs aangevoerd uit verschillende delen van Scandinavië. Op hun beurt kunnen deze fossielen weer door erosieve werking van het zeewater tijdens opvolgende interglacialen uit de keileem gespoeld worden en in de jongere mariene afzettingen terechtkomen. In de basislagen van de mariene afzettingen uit het Eemien worden deze vaak mesozoische fossielen nogal eens aangetroffen.[5] Zij zijn dan afkomstig uit de onderliggende keileem van Saalien ouderdom. Omdat wordt aangenomen dat Nederland slechts een keer door het landijs werd bereikt en dat dit tijdens het Saalien gebeurde, wordt het voorkomen van deze mesozoische fossielen in een mariene laag in Midden- en Noord-Nederland als een sterke aanwijzing gezien dat die mariene laag jonger dan Saalien is en niet uit het Midden Pleistoceen dateert.(Bron: Wikipedia)

Hieronder mijn fossielen van crinoiden.