Wat is zand?


Geologisch gezien wordt de naam "zand" gegeven aan een ongeconsolideerd element waarvan de korrels een bepaalde grootte hebben. Zand bestaat uit zeer kleine stukjes steen, zandkorrels, die in grootte variëren tussen 63 micrometer en 2 millimeter. Als de korrels kleiner dan 63 micrometer zijn heet de grondsoort silt; bij korrels groter dan 2 millimeter spreekt men van grind.<

Zand komt meestal voor als sediment, hetgeen wil zeggen dat het zand is vervoerd door water of wind. Zo zijn van zand duinen, stranden, woestijnen en rivierbeddingen ontstaan. De korrels zijn meestal afbraakmateriaal van gesteenten, maar kunnen ook van organische afkomst zijn (schelpen, koraal, forams).

Vindplaatsen

Zand is bijna overal te vinden. Het vormt duinen en stranden langs de kust. Zand komt ook voor langs en in rivieren en stroompjes, in en om meren, in grotten, mijnen en zandafgravingen, op bergwanden en heuvels, bij gletsjers, in de woestijn en als sediment in de zeeën. Er bestaan heel veel verschillende soorten zand, ieder met een eigen geologische samenstelling en unieke eigenschappen. Bepaalde soorten zand zijn alleen in de tropen te vinden, anderen in de nabijheid van vulkanisme. Vaak is aan zand te zien waar het vandaan komt, want de herkomst bepaalt de kleur en samenstelling. De mate van afronding, sortering en korrelgrootte zeggen iets over de weg die het zand heeft afgelegd.

De Nederlandse korrelgrootte classificatie is als volgt:

Ondergrens Bovengrens Fractie
\geq 630 mm - blokken
\geq 200 mm 630 mm keien
\geq 63 mm 200 mm stenen
\geq 16 mm 63 mm Zeer grof grind
\geq 5,6 mm 16 mm Matig grof grind
\geq 2 mm 5,6 mm Fijn grind
\geq 0,420 mm 2 mm Uiterst grof zand
\geq 300 µm 420 µm Zeer grof zand
\geq 210 µm 300 µm Matig grof zand
\geq 150 µm 210 µm Matig fijn zand
\geq 105 µm 150 µm Zeer fijn zand
\geq 63 µm 105 µm Uiterst fijn zand
\geq 2 µm 63 µm silt
- < 2 µm lutum

 
De Wentworth-schaal
Een internationaal veel gebruikte classificatie is die van de Amerikaan J.A. Udden (1898). Deze schaal werd later (1922) door C.R. Wentworth uitgebreid en verfijnd, en wordt de Udden-Wentworthschaal, of Wentworthschaal genoemd.

De Wentworth-schaal meet zandkorrels en identificeert de volgende categorieën en diameters:

Krumbein φ Diameter Wentworthklasse Nederlandse vertaling
< −8 > 256 mm boulder keien
−6 tot −8 64–256 mm cobbles stenen
−5 tot −6 32–64 mm very coarse gravel, pebbles zeer grof grind
−4 tot −5 16–32 mm coarse gravel, pebbles grof grind
−3 tot −4 8–16 mm medium gravel, pebbles middel grind
−2 tot −3 4–8 mm fine gravel, pebbles fijn grind
−1 tot −2 2–4 mm very fine gravel, granules erg fijn grind
0 tot −1 1–2 mm very coarse sand zeer grof zand
1 tot 0 ½–1 mm coarse sand grof zand
2 tot 1 ¼–½ mm medium sand middel zand
3 tot 2 125–250 µm fine sand fijn zand
4 tot 3 62.5–125 µm very fine sand zeer fijn zand
8 tot 4 3.90625–62.5 µm silt silt
> 8 < 3.90625 µm clay klei
>10 < 1 µm colloids colloïden



Hoe groter de brekende golven op een strand, hoe homogener de korrelgrootte zal zijn. Ook geldt: hoe steiler het strand, hoe groter de zandkorrels zullen zijn.


Zandkorrelkaart: een hulpmiddel om de grootte en vorm van de kleine korrels te identificeren

Als het gaat om het beoordelen van de vorm van zandkorrels, zijn er zes fundamentele typen:

1. Zeer hoekig
2. Hoekig
3. Subhoekig
4. Subrounded
5. Afgerond
6. Goed afgerond

Afronding
Zandkorrels kunnen in vorm variëren van bijna rond tot hoekig. De oppervlaktetextuur kan ruw en scherp zijn, maar bij veel korrels heeft erosie het oppervlak glad gepolijst. Zandkorrels zonder scherpe randjes hebben waarschijnlijk al een lange afstand afgelegd. De mate van afronding bij zandkorrels hangt echter niet alleen samen met de afstand waarover het materiaal is vervoerd, maar ook van andere factoren; de hardheid van het materiaal en de manier waarop het is vervoerd.

Woestijnzanden zijn bijvoorbeeld vaak in hoge mate afgerond doordat de korrels elkaar als het ware zandstralen. Zandkorrels op stranden met een sterke golfslag zullen over het algemeen een hoge mate van afronding vertonen, terwijl rivierzand, of het zand op stranden achter zandbanken of riffen veel ruwer en ongepolijster zijn.

Sortering
Elk korrelmateriaal heeft de natuurlijke neiging zich naar grootte te ordenen, en zand is daarop geen uitzondering. Op sommige stranden is dit goed te zien; verschillende soorten zand vormen een lijnenspel dat min of meer evenwijdig aan de waterlijn loopt. Wind heeft een sorterende werking doordat alleen de fijnste korrels worden meegenomen, en ook water sorteert de korrels vrij goed. IJs daarentegen neemt alles op zijn pad mee, van het fijnste zand tot stenen en zwerfkeien, en heeft dus geen sorterende werking.

Bronnen: Wikipedia, Surftoday